Over ‘De Droomvogels’

Dit boek is bedoeld voor kinderen tussen de 9 en 12 jaar. Het telt zo’n 120 pagina’s.

Weet jij hoe het voelt om uit een hoge boom helemaal naar beneden te vallen? Ciel weet er alles van. Het was een kwestie van leven of dood! Hij belandt in het nest van Coen en Carla Cobra, onderaan de Grote Boom…


Ai! Zal dat niet verkeerd aflopen? Maar gelukkig, een gevallen vogel blijkt iets bijzonders te zijn in De Slangenkuil. Zo heet het dorp waar Ciel zal opgroeien. Coen en Carla zullen voor hem zorgen. Ze willen hem de beste slangenopvoeding geven die er is. Ze noemen hem Ciel omdat dat ‘hemel’ betekent. Hij is immers uit de hemel komen vallen.

Nu zal alles goed komen. Of…? Ciel vergeet al snel dat hij een vogel is. Hij merkt wel dat hij heel anders is dan zijn ouders. Zeker als zijn cobra broertje geboren wordt. Seb lijkt het allemaal veel makkelijker te leren. Coen en Carla zijn streng voor Ciel. Hij mag niet zingen, maar moet leren sissen. Probeert hij te vliegen? Dan smeren ze pek op zijn vleugels. Ciel is in de war, hij snapt er niks van. Gelukkig heeft hij Zeno de Zilverreiger. Zeno vertelt prachtige verhalen, zoals de legende van de Wereldboom en het verhaal van Celeste de Wijze.

Er zijn twee andere vogelkinderen in het dorp. Die weten óók niet dat ze vogels zijn. Ze denken dat ze de verenkwaal hebben. Daardoor zijn ze ze niet zo groot, lenig en sterk als de andere kinderen. Op school gaan Ciel, Abelia en Ravi met elkaar om. De gemene pesterijen van Tijmen en Lowie, daar kunnen de vogelkinderen niet tegenop. Door Lowie komt Abelia in het ziekenhuis terecht.

Toch sluiten de vogels vriendschap met twee cobra kinderen: Senan en Sierra. Die vriendschap ontstaat als Abelia in het ziekenhuis ligt. Samen zullen ze heel wat meemaken.

Ravi wordt ‘s nachts bezocht door Droomvogels die iets belangrijks willen vertellen. Het vriendengroepje ontdekt dat het dorp een geheim heeft. En dat Rama de Raaf en burgemeester Serpentijn daar iets mee te maken hebben. Met zijn vijven proberen ze het dorp te redden uit de klauwen van Rama, die stiekeme slangenbezweerder.