Een gevallen vogel

Mijn boek ‘De Droomvogels’  gaat over Ciel, een kleine ijsvogel, die opgroeit in een dorp waar cobra’s wonen. Dit dorp heet De Slangenkuil. Hoe is Ciel hier terechtgekomen? Hier volgt een fragment uit hoofdstuk 1 – Een warm nest.


“Als Ciel wakker wordt, loopt er een koude rilling over zijn rug als hij in de glazige ogen van Carla kijkt. “Goedemorgen kleine vogel, welkom in ons nessst!” sist Carla opgewekt. Ze bekijkt hem eens goed. Zou hij door de val beschadigd zijn? Ciel krijgt een raar gevoel in zijn buik. Hij heeft honger natuurlijk, maar er is ook nog iets anders. Er klopt iets niet. Maar de honger overspoelt hem en hij doet zijn snavel open.

Carla haalt een paar vette wormen uit de zak. “Kijk eensss wat mama voor je heeft?”sist ze vriendelijk. Zo vriendelijk als een slang kan zijn. Ciel verstaat niets van het gesis en laat een piep van onbegrip horen. Maar hij heeft ├ęcht honger en kijkt naar het wormpje dat Carla omhoog houdt. Moeders geven eten als je je snavel open doet. Dus het zal wel goed zijn. Wat er gisteren is gebeurd, is Ciel vergeten.”

'De Droomvogels' volgen en delen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *